Kinderen verschillen in belangstelling, aanleg en vorderingen. Hierdoor kunnen ze elkaar positief beïnvloeden. Ze leren samen te werken en elkaar te helpen. Binnen een stamgroep kun je niet verwachten dat kinderen dezelfde vorderingen maken. Daardoor bestaat er minder wedijver en accepteren ze elkaars verschillen makkelijker.
Elk jaar vindt er binnen de stamgroep doorstroming plaats. Eerst ben je de jongste en dan word je de oudste. Een kind blijft dus in principe twee jaar bij dezelfde groepsleider. Dit geeft de mogelijkheid de kinderen beter te leren kennen en begeleiden.